NederlandseFrançais

Welkom op de website ontwormen.nu

Deze website maakt onderdeel uit van de website van ESCCAP Benelux die speciaal ontwikkeld is voor huisdiereigenaren, diergeneeskundig en dierverzorgend personeel.
Op dit deel van de website vindt u algemene informatie over wormen en ontwormen van uw huisdieren. Wilt u specifieke informatie lezen over een bepaalde wormsoort, raadpleeg dan de richtlijnen die u HIER kunt vinden. Informatie over andere soorten parasieten die aanwezig kunnen zijn bij uw huisdier kunt op de andere pagina's van deze website vinden.

Wat zijn Wormen?

Wormen zijn parasieten die op verschillende plaatsen in het lichaam van het dier kunnen leven. Honden en katten kunnen op elke leeftijd besmet raken, zelfs met wormen die een risico kunnen vormen voor de mens. Enkele belangrijke wormsoorten zijn: spoel-, haak- en lintwormen, waarvan de volwassen wormen leven in de dunne darm; longwormen in de longen en de Franse hartworm, waarvan de volwassen wormen leven in het bloedvat tussen hart en longen. Sommige wormen kunnen een risico voor de gezondheid van de mens vormen.

Opname van eitjes met daarin een larve na grondcontact, het opnemen van besmette ontlasting, of opname van larven via opeten van knaagdieren, van besmet rauw vlees of karkassen, zijn mogelijke manieren om besmet te raken met de belangrijkste soort spoelwormen. Drachtige teven kunnen hun pups in de baarmoeder besmetten en na de geboorte via de moedermelk. Poezen kunnen hun kittens alleen via de moedermelk besmetten, dus niet al in de baarmoeder. Pups moeten daarom al vanaf 2 weken en kittens hoeven pas vanaf 3 weken leeftijd ontwormd worden. De gevolgen van een besmetting hangen onder meer af van de wormsoort.

Risico op besmetting kan verminderd worden door bestrijding van wormen bij uw huisdier, waarbij het van belang is dat andere huisdiereigenaren hetzelfde doen. Overleg met uw dierenarts over de mogelijkheden van ontlastingsonderzoek, ontwormingsschema en -middelen. Om de omgevingsbesmetting met eitjes en larven te verminderen is het belangrijk om de ontlasting van uw huisdier altijd op te ruimen en op verantwoorde wijze af te voeren (niet in de groenbak).

Meestal worden wormen goed verdragen door de hond en de kat, tenzij er sprake is van een zware besmetting en indien deze aanwezig is bij jonge dieren. Er zijn echter ook enkele gevaarlijke wormen die al bij lage aantallen ernstige klachten kunnen geven, een voorbeeld hiervan is de Franse hartworm.

Een reisje met uw hond of kat naar het buitenland kan echter een risico vormen op besmetting met andere wormsoorten. Overleg tijdig met uw dierenarts indien uw huisdier mee gaat naar het buitenland. Daarmee voorkomt men dat er exotische wormen worden meegenomen naar Nederland. Hetzelfde geldt voor het geval dat u een dier uit het buitenland naar Nederland mee terug brengt.

Neem contact op met uw dierenarts bij een mogelijke wormbesmetting bij uw huisdier. Symptomen zijn o.a. conditieverlies, lusteloosheid, gewichtsverlies, jeuk aan de anus, diarree en luchtwegproblemen. Voor pups en kittens hebben worminfecties vaak ernstigere gevolgen dan voor oudere dieren en kunnen zelfs levensbedreigend zijn. .
Naar boven

Levenscyclus van wormen

Directe levenscyclus: Hiervan is sprake wanneer een hond of kat besmet kan raken door het eten van een volledig ontwikkeld worm-ei of larve uit de omgeving. Parasieteneitjes die zijn uitgescheiden zijn vaak niet direct besmettelijk en hebben een periode nodig om te ontwikkelen in de omgeving voordat ze besmettelijk worden voor andere dieren.

Indirecte levenscyclus: Hiervan is sprake indien een parasiet afhankelijk is van meer dan één dier(soort) om zijn levenscyclus te voltooien. Meestal bevatten bepaalde diersoorten (de tussengastheren) onvolwassen stadia van de parasiet en andere diersoorten (de eindgastheren) het volwassen stadium.
Kennis van deze meer gecompliceerde levenscyclus is zeker belangrijk in het geval van het beheersen van parasieten met een indirecte levenscyclus. Het onder controle krijgen van dit soort worminfecties bij dieren kan, indien mogelijk, bijvoorbeeld eenvoudig bereikt worden door het ontzeggen van de toegang van het huisdier tot de tussengastheer en tegelijkertijd gebruik te maken van producten die de volwassen wormen doden bij het huisdier.

Migrerende Wormlarven: In de levenscyslus van sommige wormen komt een migratiefase voor van wormlarven. Dat zijn onrijpe wormen die zich bewegen door weefsels, inclusief de organen van een dier. Migrerende larven vormen een normaal onderdeel bij sommige wormsoorten. Sommige larven zijn voor langere periode sluimerend aanwezig in het dier en worden weer actief wanneer het dier ziek wordt of drachtig is.

Zoönose: Er zijn ook wormen die, soms als onderdeel van hun levenscyclus, mensen kunnen infecteren en dan ook ziekte kunnen veroorzaken. De technische term voor een besmettelijke ziekte bij dieren die overgedragen kan worden op mensen is zoönose. ESCCAP Benelux adviseert diereigenaren om hun dierenarts te raadplegen om verzekerd te zijn van een geschikt hygiëne- en parasieten bestrijdingsplan dat parasitaire zoönosen omvat. Dit is essentieel om infecties te voorkomen van mensen die in contact komen met infectieuze stadia (bijvoorbeeld in de ontlasting of grond) van parasieten van dat huisdier!

Prepatente periode: De prepatente periode is de periode tussen het infecteren van een dier met een parasitaire infectie en het kunnen aantonen van de producten van de reproductie (voortplanting) of het vermeerderen van de parasiet (bijvoorbeeld eiuitscheiding in de ontlasting). Iedere wormcyclus kent een prepatente periode, die kan variëren afhankelijk van de wormsoort. Deze producten van de reproductie (meestal wormeieren) zijn vaak het besmettelijke stadium van de parasiet voor een volgende gastheer. Wanneer behandeling of preventie van worminfecties bij huisdieren plaatsvindt is het doel dat deze wormeieren niet worden uitgescheiden in de omgeving met het risico voor andere dieren/mensen. De prepatente periode is daarom, naast het vaststellen van de risicofactoren, een noodzakelijk onderdeel van de informatie die gebruikt moet worden om te bepalen hoe vaak in ernstige gevallen onder andere de ontwormingsproducten gebruikt moeten worden. Naar boven

Rondwormen

Rondwormen zijn de meest voorkomende wormen bij honden en katten. Ze worden zo genoemd omdat ze in doorsnede rond zijn. Ze worden gevonden in darmen, luchtwegen, onder de huid, op de ogen, in bijholtes van de neus en in de grote vaten van het hart. De meest voorkomende en belangrijke rondworm in Nederland zijn de spoelwormen van de hond (Toxocara canis) en de kat (Toxocara cati). Andere belangrijke rondwormen zijn:
De Franse hartworm
De Franse hartworm is de naam voor de parasitaire worm Angiostrongylus vasorum die honden kan besmetten. Deze worm wordt zo genoemd omdat deze leeft dicht bij het hart in de longbloedvaten. Hij wordt ook wel aangeduid met de term longworm omdat een infectie tot ernstige longschade kan leiden. Deze parasiet komt in Nederland voor. Er zijn ook nog andere echte longwormsoorten die in de BeNeLux voorkomen zoals Crenosoma vulpis, Capillaria aerophila en Oslerus osleri.
Hartworm
Hartworm is de algemene naam voor de parasitaire worm Dirofilaria immitis die honden en katten kan besmetten. Deze worm wordt zo genoemd omdat het leeft in de longbloedvaten van het hart. In Nederland komen infecties met deze wormsoort nog niet voor, wel wordt het aangetoond bij dieren die bijvoorbeeld uit Zuid Europa afkomstig zijn of mee zijn geweest op vakantie naar dit gebied.

Ontwormingsdiagram
Klik op onderstaande afbeelding voor een duidelijke keuzediagram voor het ontwormen van de volwassen hond/kat

Ontwormingsdiagram

Lintwormen

Lintwormen hebben een indirecte levenscyclus. Volwassen lintwormen leven in de darmen van de eindgastheer (bijvoorbeeld de hond of kat) en de onvolwassen stadia van de lintwormen (blaaswormen genaamd, vanwege de vorm) leven in andere diersoorten, de tussengastheren (bijvoorbeeld schaap, vlo, konijn of muis). De hond eet de tussengastheer of delen hiervan op, waardoor de blaasworm het maagdarmkanaal van de hond binnenkomt en vervolgens ontwikkelt tot een volwassen lintworm. Bij de eindgastheer geeft een lintworm bijna nooit problemen.

Behandeling

Er zijn een aantal belangrijke factoren die voor u als eigenaar belangrijk zijn over wormbehandelingen:

  • Veel moderne ontwormingsmiddelen zijn zeer effectief in het doden (elimineren) van volwassen wormen in de darmen, maar meestal niet in het doden van alle in het lichaam rondtrekkende larven. Daarom kunnen herhalingen van de behandeling nodig zijn.
  • Veel ontworming behandelingen hebben geen blijvende werking. Het medicijn wordt opgenomen in de darmen; het doodt de aanwezige wormen, maar zodra het medicijn is uitgescheiden door het lichaam is er geen werking meer. Dit betekent dat een dier zich na de ontworming bijna gelijk kan herbesmetten wanneer het toegang heeft tot bijvoorbeeld aarde besmet met wormeitjes of besmettelijke larven, wanneer het toegang heeft tot rauw vlees dat het tussenstadium van een lintworm bevat, of wanneer het dier tegelijkertijd besmet is met vlooien die op hun beurt besmet kunnen zijn met het tussenstadium van weer een andere lintworm.
  • Niet alle producten die gebruikt worden als ontwormingsmiddel zijn even effectief tegen alle wormsoorten. Raadpleeg hiervoor altijd goed de bijsluiter of overleg met uw dierenarts.

Belangrijkste maatregelen

Dieren (en soms aan mensen) infecteren zich door de opname van infectieuze eitjes of larven die via de ontlasting van hond of kat in de omgeving zijn gebracht. Daarom kunnen enkele maatregelen veel bijdragen tot het verminderen van de besmetting van de omgeving of uzelf met besmettelijke parasitaire stadia:

  • Ruim ontlasting direct op en voer het op verantwoorde wijze af. Gooi ontlasting of kattenbakafval dus niet in de groenbak of op de composthoop!
  • Pas goede persoonlijke hygiëne toe. Was altijd uw handen na in contact geweest te zijn met dieren en voor u gaat eten. Was altijd uw handen na het tuinieren omdat de aarde besmet kan zijn met wormeitjes.
  • Bedek zandbakken wanneer ze niet gebruikt worden.
  • Voer dieren met commerciële voeding of gekookt voer om parasitaire besmettingen, die in rauw vlees aanwezig kunnen zijn (afhankelijk van de herkomst van de slachtdieren), te voorkomen.
  • Jagen moet, indien mogelijk, vermeden worden en honden en katten mogen geen toegang hebben tot karkassen. Wanneer dit niet voorkomen kan worden dienen dieren strenger gecontroleerd te worden op parasitaire besmettingen of vaker worden ontwormd.
  • Ook binnenkatten hebben een risico op infectie, omdat eigenaren besmette aarde en wormeitjes in huis kunnen brengen zonder zich dat te realiseren. Dit betekent dat katten besmet kunnen raken en mogelijk eitjes uit gaan scheiden in omgeving die als veilig wordt beschouwd.

Wormen: Vraag & Antwoord

Hoe lang werkt een ontwormingsmiddel eigenlijk?
Het is belangrijk te weten dat het doel van ontworming niet is om een dier altijd volledig wormvrij te houden, maar om een eventuele worminfectie te stoppen voordat er besmettelijke eitjes worden uitgescheiden en voordat het dier ziek wordt. Bij een normaal infectierisico wordt hiervoor een gemiddelde ontwormingsfrequentie van 4 maal per jaar met intervallen van 3 maanden geadviseerd.
Bij een ontworming met druppeltjes in de nek wordt vaak een werkingsduur en dus bescherming van 4 weken bereikt. In deze periode zal besmetting van aanwezige ) of met nieuwe wormen worden bestreden en soms ook besmetting met uitwendige parasieten.
Als de hond of  kat een wormkuur wordt gegeven met pasta of tabletjes, dan werken deze een veel minder langere periode (een dag tot een paar dagen). In deze tijd worden de wormen, die zich in de darm bevinden en soms hun ontwikkelingsstadia elders in het lichaam van het dier, afgedood. Dit betekent dat uw hond of kat na ongeveer 24 uur geen wormen meer in de darm heeft en, na ongeveer 3 dagen,  geen infectieuze wormeieren meer uitscheidt. 
Dieren kunnen zich na de werkingsduur van het toegediende product direct opnieuw besmetten door opname van nieuwe wormeieren of larven. Na opname duurt het enige weken voordat zich in de darm van het dier weer volwassen wormen hebben ontwikkeld die eieren produceren die uitgescheiden kunnen worden met de ontlasting. Bij spoelwormen duurt deze cyclus na opname van besmettelijke eitjes ongeveer 4 tot 7 weken, bij lintwormen na consumptie van een tussengastheer soms langer. Bij de zelden voorkomende haakwormen kan de cyclus ook korter duren. Terug naar vragen

Hoe vaak worden binnenkatten ontwormd?
Katten die alleen binnenshuis leven, lopen een relatief klein risico om zich met wormen te besmetten. Echter, ze kunnen wormen hebben en wormeieren uitscheiden die na rijping besmettelijk kunnen zijn voor mensen. 
In een onderzoek door de diergeneeskundige universiteit van Hannover werd aangetoond dat 20% van katten die met spoelwormen besmet waren volgens de eigenaar uitsluitend binnenshuis werd gehouden. Vermoedelijk hebben deze katten zich besmet met wormeieren, die ongemerkt met schoenen en tassen de woning zijn binnen gekomen. Bovendien liggen katten vaak graag op de mat waar de eigenaar zijn of haar schoenen op afveegt. Een andere mogelijkheid van infectie voor binnenkatten is vangen en eten van muizen/ratten.
Daarom wordt aanbevolen om ook binnenkatten minimaal 1-2 x per jaar tegen spoelwormen te behandelen of als alternatief bij de dierenarts, met dezelfde frequentie,  een ontlastingsmonster te laten onderzoeken. Wanneer er in de ontlasting eitjes worden aangetoond, dan moet er in ieder geval behandeld worden. Vaker controleren en ontwormen is bij binnenkatten alleen nodig wanneer ze worden blootgesteld aan bijkomende infectierisico´s zoals bijvoorbeeld een vlooieninfectie, samenleven met een hond, het bezoeken van tentoonstellingen of verblijf in een dierenpension. Terug naar vragen

Is een verminderde werkzaamheid, bijvoorbeeld ten gevolge van resistentie van ontwormingsmiddelen mogelijk?
Veel eigenaren maken zich zorgen over een afnemende werkzaamheid van de werkzame stof in ontwormingsmiddelen, wanneer deze langdurig gebruikt worden. Ze zijn bang dat de gevoeligheid van wormen in de tijd volledig verloren gaat (resistentie-ontwikkeling). 
Deze bezorgdheid is begrijpelijk maar tot nu toe bestaat hiervoor geen bewijs voor de in NL voorkomende wormsoorten. Slechts bij enkele gevallen in Australië bestaat het vermoeden dat haakwormen en in de Verenigde Staten dat de Hartworm op bepaalde werkzame stoffen niet meer of verminderd reageren.  
Bij schapen en paarden is dit anders. Hier zijn veel bewijzen van verminderd- tot onwerkzame ontwormingsmiddelen. Dit wordt waarschijnlijk veroorzaakt doordat op schapen- en paardenbedrijven een grote groep voortdurend samenlevende dieren op vaste plaats met een beperkte oppervlakte weiland, zeer vaak met dezelfde werkzame stof behandeld worden. Op deze bedrijven kan maar één levende “wormfamilie” overblijven, namelijk die de kans heeft gehad zich over meerdere generaties in toenemende mate tegen deze werkzame stof te wapenen.
Bij onze huishonden en -katten zijn de leefomstandigheden totaal anders. Ze worden, niet als groep maar apart, en per dier vaak op verschillende momenten en met een groot aantal verschillende werkzame stoffen behandeld. Daarbij komen onze huisdieren tijdens het uitlaten voortdurend op verschillende plaatsen in contact met doorlopend wisselende “wormfamilies”. Het gevaar op resistentie-ontwikkeling is daardoor veel kleiner. 
Een uitzondering hierop kunnen grote groepen honden en katten vormen zoals asielen, dierenpensions, grote fokkerijen of vergelijkbare intensieve dierhouderijen. Hoewel ook hier nog geen bewijzen zijn voor een verlies aan werkzaamheid, wordt op basis van de ervaring met de intensieve veehouderij geadviseerd om de ontworming in deze grote groepen gehouden dieren zorgvuldig te plannen, de werkzame stoffen regelmatig te wisselen en in overleg met de dierenarts bepaalde tijd na ontworming ontlastingsmonsters te nemen om de werkzaamheid te controleren. Terug naar vragen

Vanaf welke leeftijd moeten kittens ontwormd worden?
In het voorjaar worden de meeste katten geboren en gaan vanaf 8 weken leeftijd naar een nieuwe eigenaar. Omdat kittens via de moedermelk al een spoelworminfectie kunnen oplopen, is het belangrijk om ze op vaste tijdstippen en op jonge leeftijd op de juiste wijze tegen wormen te behandelen. De eerste ontworming van moeder en kittens moet al 3 weken na de geboorte plaatsvinden en moet daarna elke 14 dagen worden herhaald tot 2 weken na de laatste opname van de moedermelk. Daarna maandelijks herhalen tot een leeftijd van een half jaar. Wanneer er niet ontwormd wordt, kan zich een massale worminfectie ontwikkelen die blijvende schade kan veroorzaken en zelfs tot sterfte van de kittens kan leiden. 
Bij de nieuwe eigenaar bepaalt de wijze van huisvesting en of de katten buiten komen en prooidieren vangen, het advies van hoe vaak moet worden ontwormd of wanneer onderzoek van een ontlastingsmonster zinvol is. Katten die buitenshuis komen zullen gemiddeld 4 keer per jaar moeten worden ontwormd of gecontroleerd, terwijl bij katten die het huis niet verlaten en dus geen contact hebben met soortgenoten en grond buitenshuis, een behandeling of controle van 1 tot 2 keer per jaar voldoende is. Bij katten die veelvuldig prooidieren vangen en eten kan zelfs een hogere frequentie nodig zijn. We noemen dit een ‘ontworming op maat’. De nieuwe katteneigenaren kunnen zich door hun dierenarts hierover laten adviseren. Terug naar vragen

Vanaf welke leeftijd moeten puppy’s ontwormd worden?
Omdat puppy’s al in de baarmoeder voor de geboorte zijn geïnfecteerd wijkt het ontwormingsbeleid van pups iets af ten opzichte van dat kittens. Dit houdt in dat pups voor de eerste keer dienen te worden ontwormd op 14 dagen na de geboorte. Hierna geldt hetzelfde advies als bij kittens namelijk: elke twee weken ontwormen zolang ze bij de teef drinken tot twee weken na de laatste keer melk drinken bij de teef. Hierna maandelijks de pups ontwormen tot en met de leeftijd van 6 maanden, hierna hebben ze als het goed is een zodanige afweer op weten te bouwen tegen de spoelwormen dat hetzelfde advies geldt als bij de katten. 
Bij de nieuwe eigenaar bepaalt de wijze van huisvesting en of de honden buiten komen en prooidieren vangen/rauw vlees eten, het advies van hoe vaak moet worden ontwormd of wanneer onderzoek van een ontlastingsmonster zinvol is. Honden die buitenshuis komen, dit zijn verreweg de meeste, zullen gemiddeld 4 keer per jaar moeten worden ontwormd of gecontroleerd, terwijl bij honden die het huis niet verlaten en dus geen contact hebben met soortgenoten en grond buitenshuis, een behandeling of controle van 1 tot 2 keer per jaar voldoende is. Bij honden die veelvuldig prooidieren vangen of rauw vlees eten kan zelfs een hogere frequentie nodig zijn. We noemen dit een ‘ontworming op maat’. Bij honden die prooidieren kunnen eten in gebieden waar de vossenlintworm aanwezig is is het van belang om in overleg met de dierenarts een aangepast ontwormingsbeleid  op te stellen. Terug naar vragen

Voor de vaccinatie in ieder geval ontwormen. Waarom? De invloed van worminfecties op de afweer.
De negatieve invloed van een worminfectie op de gezondheid van honden en katten wordt soms onderschat. Hoe sterk het lichaam en het immuunsysteem worden beïnvloed blijkt bijvoorbeeld uit het feit dat een spoelworminfectie niet zelden tot een verandering in het bloedbeeld leidt. Witte bloedcellen, die voor de afweer nodig zijn, komen dan in grotere aantallen voor. Ook zijn er aanwijzingen in het bloed te vinden van leverschade. Deze afwijkingen wijzen op een mogelijk verminder functionerende afweer systeem met betrekking tot de vaccinatie. Daarom is het belangrijk dat honden en katten op het moment dat ze gevaccineerd worden geen acute worminfectie hebben. De noodzakelijke immuunreactie op de enting kan dan niet optimaal verlopen en de enting kan daarom minder werkzaam zijn.
Wat kan je als eigenaar precies doen om dit te voorkomen? De mogelijkheid bestaat om in overleg met uw dierenarts voor de enting een ontlastingsmonster te laten onderzoeken of het dier minstens 14 dagen en maximaal 4 weken voor de vaccinatie te ontwormen.
De ESCCAP raadt dierenartsenpraktijken daarom aan om huisdiereigenaren al bij de entingsoproep te wijzen op het ontwormen van hun huisdier. Terug naar vragen

Wat is het verband tussen vlooien en een lintworminfectie?
Het bijzondere aan lintwormen is dat honden en katten zich daarmee niet besmetten door de opname van wormeieren. De besmetting verloopt namelijk altijd via een zogenaamde tussengastheer. Zo kunnen honden en katten zich bijvoorbeeld besmetten met bepaalde lintwormen als ze besmette prooidieren, zoals muizen of konijnen, vangen en opeten. 
Er is ook een lintworm, Dipylidium caninum, die de vlo als tussengastheer heeft. Als een dier vlooien heeft en deze tijdens vachtverzorging opneemt, bijvoorbeeld door het likken of bijten van een jeukend huidgebied, dan kan het dier zich met Dipylidium caninum besmetten. We kunnen dan soms de lintwormsegmentjes die uit de darm komen als ‘maden’ of ‘rijstkorrels’ onder de staart en rond de anus zien, deze kunnen zelfs nog bewegen.
Daarom is het belangrijk om zorgvuldig besmettingen met vlooien bij honden en katten te voorkomen door ze regelmatig preventief te behandelen. Wanneer een  dier toch vlooien blijkt te hebben of uit een omgeving komt met met vlooien besmette dieren, behandel dan niet alleen tegen vlooien maar ook tegen lintwormen. Terug naar vragen

Ontlasting eten – verhoogd risico op een worminfectie?!
Wat moet je doen als een hond of een kat graag de ontlasting van andere dieren opeet (dit noemen we coprofagie)? Besmetten ze zichzelf dan met wormeieren? 
Het volgende kan hierover gezegd worden. Wanneer een hond of een kat de ontlasting van één van haar soortgenoten opeet, dan is de kans dat ze zich met wormen besmet aanwezig. Veel parasieteneieren zijn in verse ontlasting echter nog niet besmettelijk. Sommige protozoën produceren wel direct besmettelijke stadia en de versheid van de ontlasting is niet altijd goed te beoordelen. Daarom moeten we van het ongunstigste geval uitgaan. Probeer het opeten van de ontlasting daarom te verbieden.  Voor spoelwormen geldt dat de ontlasting ouder dan 3 weken moet zijn en vaak is ontlasting dan al niet meer alszodanig te herkennen.
Vaak eten honden en katten echter niet de ontlasting van soortgenoten op, maar die van andere dieren zoals konijnen, schapen, paarden of koeien. Omdat de wormen van deze diersoorten voor de hond en de kat niet besmettelijk zijn, betekent dit geen verhoogd risico op een worminfectie. Terug naar vragen

Naar boven

Search   ESCCAP Benelux

x