ESCCAP Huisdiereigenaren folders:

ESCCAP is een non-profit organisatie gevormd uit een groep dierenarts-parasitologen uit Europa. Deze organisatie houdt zich bezig met het verstrekken van eenduidige en nuttige informatie voor dierenartsen en eigenaren om parasitaire infecties bij huisdieren te bestrijden.


                
Spoelwormenbestrijding
Consumentenfolder: Spoelwormenbestrijding bij hond en kat. In belang van mens en dier
januari 2012

Consumentenfolder: Zwanger? Voorkom Toxoplasma infectie...
januari 2012
Praktische adviezen
Huisdiereigenaren folder: Beste vrienden delen alles.... Praktische adviezen om uw huisdier en gezin te beschermen tegen parasieten.
april 2011
   



In deze drie minuten durende film krijgt u uitleg en belangrijke tips van Prof. dr. Thomas Schnieder (Universiteit Hannover) over wormbestrijding bij hond en kat.



              

Vragen & Antwoorden voor Huisdiereigenaren



Hoe lang werkt een wormkuur eigenlijk?

Hoe vaak binnenkatten ontwormen?

Hoe weet ik of mijn hond besmet is met Leishmania?

Hoe weet ik of mijn dier vlooien heeft?

Is er een verminderde werkzaamheid (resistentie) bij ontwormen mogelijk?

Kittens - bescherming tegen worminfectie vanaf de geboorte


Voor de vaccinatie in ieder geval ontwormen. Waarom?

Teken en vlooienbescherming ook in de winter en herfst

Wat is het verband tussen vlooien en een lintworminfectie?


Ontlasting eten - verhoogd risico op een worminfectie?!

Worminfectie verzwakt de afweer?




                

Vragen en antwoorden voor Huisdiereigenaren

  Hoe lang werkt een wormkuur eigenlijk?

Het is belangrijk te weten dat het doel van ontworming niet is om een dier altijd volledig wormvrij te houden, maar om een worminfectie te stoppen voordat deze het dier ziek maakt en voordat er infectieuze eitjes worden uitgescheiden. Bij een normaal infectierisico wordt hiervoor een gemiddelde ontwormingsfrequentie van 4 maal per jaar met intervallen van 3 maanden geadviseerd.
Bij een ontworming met druppeltjes in de nek wordt vaak een werkingsduur en dus bescherming gedurende 4 weken bereikt. In deze periode zal iedere besmetting van aanwezige wormen (en soms ook uitwendige parasieten) worden bestreden en nieuwe infecties voorkomen.
Als men de hond of uw kat een wormkuur geeft met pasta of tabletjes, dan werken deze circa 24 uur lang. In deze tijd worden de wormen en hun ontwikkelingsstadia, die zich in de darm en soms in het lichaam van het dier bevinden, afgedood. Dit betekent dat uw hond of kat na ongeveer 24 uur geen wormen meer in de darm heeft en geen infectieuze wormeieren meer uitscheidt.
Dieren kunnen zich na de behandeling direct opnieuw infecteren door opname van nieuwe wormeieren of larven uit de omgeving. Na opname duurt het enige weken voordat zich in de darm van het dier weer volwassen wormen hebben ontwikkeld die eieren produceren die weer uitgescheiden kunnen worden. Bij spoelwormen duurt deze cyclus ongeveer 4 tot 7 weken, bij lintwormen soms langer. Bij de zelden voorkomende haakwormen kan de cyclus ook korter duren. Terug naar boven


  Hoe vaak binnenkatten ontwormen?

Katten die alleen binnenshuis leven, lopen een relatief klein risico om zich met wormen te besmetten. Echter, ze kunnen wormen hebben en wormeieren uitscheiden die besmettelijk zijn voor mensen.
In een onderzoek door de diergeneeskundige universiteit van Hannover werd aangetoond dat 20% van katten die met spoelwormen besmet waren volgens de eigenaar uitsluitend binnenshuis werd gehouden. Vermoedelijk hebben deze katten zich besmet met wormeieren, die ongemerkt met schoenen en tassen de woning zijn binnen gekomen. Bovendien liggen katten vaak graag op de mat waar de eigenaar zijn of haar schoenen op afveegt.
Daarom wordt aanbevolen om ook binnenkatten minimaal 1 x per jaar tegen spoelwormen te behandelen of als alternatief bij de dierenarts een ontlastingsmonster te laten onderzoeken. Wanneer het monster positief is, dan moet er in ieder geval behandeld worden. Vaker controleren en ontwormen is bij binnenkatten alleen nodig wanneer ze worden blootgesteld aan bijkomende infectierisico´s zoals bijvoorbeeld een vlooieninfectie, samenleven met een hond, het bezoeken van tentoonstellingen of verblijf in een dierenpension. Terug naar boven


  Hoe weet ik of mijn hond besmet is met Leishmania?

Heeft mijn hond een Leishmania infectie (leishmaniase) opgelopen? Deze vraag kan gesteld worden door een eigenaar die met zijn of haar hond in Zuid-Europa op vakantie is geweest of een hond uit dit gebied heeft geadopteerd.
Leishmaniase, een ernstige parasitaire infectie die veroorzaakt wordt door de parasiet Leishmania infantum, wordt door zandvliegen overgedragen.
De Afbeelding laat de gebieden zien waar deze vliegjes voorkomen en de ziekte aanwezig is. Ondanks preventieve maatregelen, zoals bijvoorbeeld insectenbestrijding, kan het in deze gebieden tot infectie komen.

Hoe kan men echter vaststellen of de hond zich geïnfecteerd heeft en de Leishmania parasiet bij zich draagt? Hiervoor zijn de volgende onderzoeken mogelijk:
• Bloedtest op antilichamen tegen Leishmania (vanaf 6 - 8 weken na de reis of import),
• Microscopisch onderzoek van een weefselmonster (bijv. lymfeknopen, beenmerg) om de parasiet in de cellen aan te tonen,
• Moleculair biologisch onderzoek (PCR) van weefselmonsters (bijv. beenmerg) om het DNA van de parasiet aan te tonen.

Welke methode geschikt is, hangt af van het antwoord op de vraag of de hond gezond is of al verschijnselen van leishmaniase heeft. Bijvoorbeeld vergrote lymfeknopen, gewichtsverlies, zwakte, haaruitval of huidveranderingen.
Afhankelijk van het resultaat van het onderzoek kan het dier doelgericht tegen leishmaniase behandeld worden of na een bepaalde tijd opnieuw getest worden. Als er reeds ziektesymptomen aanwezig zijn, dan kunnen deze door leishmaniase veroorzaakt worden maar er kunnen ook andere oorzaken in het spel zijn. In ieder geval kan de hond pas na goed onderzoek de beste behandeling krijgen. Terug naar boven

Afbeelding: In de blauw gekleurde gebieden bestaat het risico dat de hond zich met de Leishmania parasiet infecteert, respectievelijk geïnfecteerd is.

 

 

  Hoe weet ik of mijn dier vlooien heeft?

Als een dier zich regelmatig krabt dan is de kans dat deze vlooien heeft zeer groot. Niet altijd laten de vlooien zich echter met het blote oog op het dier herkennen. Vooral bij dieren met een donker gepigmenteerde huid of een donkere, lange of dichte vacht zijn de kleine, voor licht snel wegvluchtende, parasieten moeilijk te zien. De volgende test biedt vaak duidelijkheid. Kam de vacht van uw dier met een zeer fijne kam (vlooienkam) zoveel mogelijk over de huid en leg het uitgekamde materiaal (huidschilfers, talg) op een vochtige keukenrol of papieren zakdoek. Als het materiaal eruit ziet als een soort van „koffiedik" (bruine korreltjes) en het papier rondom dit materiaal rood verkleurt, dan wijst dit op een vlooieninfectie. Vlooienpoepjes bestaan namelijk uit opgezogen, verteerd bloed en wanneer deze worden uitgekamd en natgemaakt kleurt het weer rood. Ook kunnen met de kam levende vlooien uitgekamd worden. Wanneer op basis van deze test een vlooieninfectie is aangetoond, vraag dan bij uw dierenarts naar een geschikt preparaat voor de behandeling van uw dier en de bestrijding van vlooieneitjes in de omgeving. Vergeet daarbij niet dat vlooien de lintworm kunnen overdragen op honden en katten, en dat het belangrijk is om gelijktijdig uw dier te ontwormen.
Terug naar boven


  Is er een verminderde werkzaamheid (resistentie) bij ontwormen mogelijk?

Veel eigenaren maken zich zorgen over een afnemende werkzaamheid van de werkzame stof in ontwormingsmiddelen, wanneer deze langdurig gebruikt worden. Ze zijn bang dat de werkzaamheid in de tijd volledig verloren gaat (resistentie).
Deze bezorgdheid is begrijpelijk maar tot nu toe bestaat hiervoor geen bewijs. Slechts bij enkele gevallen in Australië bestaat het vermoeden dat haakwormen op een bepaalde werkzame stof niet meer reageren of daartegen ongevoelig geworden zijn.
Bij schapen en paarden ligt dit anders. Hier zijn talrijke bewijzen van verlies aan effectiviteit. Dit wordt waarschijnlijk veroorzaakt doordat op schapen- en paardenbedrijven een grote groep permanent samenlevende dieren op een beperkte oppervlakte weiland, zeer frequent met dezelfde werkzame stof behandeld worden. De op deze bedrijven levende "wormfamilie" krijgt zo de gelegenheid zich over meerdere generaties in toenemende mate tegen deze werkzame stof te wapenen.
Bij onze huishonden en -katten zijn de leefomstandigheden totaal anders. Ze worden individueel, op verschillende momenten en met een groot aantal verschillende werkzame stoffen behandeld. Daarbij komen onze huisdieren tijdens het uitlaten voortdurend op verschillende plaatsen in contact met doorlopend wisselende wormpopulaties. Het gevaar op resistentie-ontwikkeling is daardoor veel kleiner.
Een uitzondering hierop vormen grote groepen honden en katten zoals asielen, dierenpensions, grote fokkerijen of vergelijkbare intensieve dierhouderijen. Hoewel ook hier nog geen bewijzen zijn voor een verlies aan effectiviteit, wordt op basis van de ervaring met de intensieve veehouderij geadviseerd om de ontworming in deze grote populaties zorgvuldig te plannen, de werkzame stoffen regelmatig te wisselen en ontlastingsmonsters te nemen om de werkzaamheid te controleren. Terug naar boven


  Kittens - bescherming tegen worminfectie vanaf de geboorte

In het voorjaar worden de meeste katten geboren en gaan vanaf 8 weken leeftijd naar een nieuwe eigenaar. Omdat kittens via de moedermelk al een spoelworminfectie kunnen oplopen, is het belangrijk om ze vanaf de geboorte op de juiste wijze tegen wormen te behandelen. De eerste ontworming van moeder en kittens moet al 3 weken na de geboorte plaatsvinden en daarna elke 14 dagen worden herhaald tot 2 weken na de laatste opname van de moedermelk. Daarna maandelijks tot een leeftijd van een half jaar. Wanneer er niet ontwormd wordt, kan zich een massale worminfectie ontwikkelen die blijvende schade kan veroorzaken en zelfs tot sterfte van de kittens kan leiden.
Bij de nieuwe eigenaar bepaalt de wijze van huisvesting en of de katten buiten komen en prooidieren vangen, het advies van hoe vaak moet worden ontwormd of wanneer onderzoek van een ontlastingsmonster zinvol is. Katten die buitenshuis komen zullen gemiddeld 4 keer per jaar moeten worden ontwormd, terwijl bij katten die het huis niet verlaten en dus geen contact hebben met soortgenoten buitenshuis, een behandeling of controle van 1 tot 2 keer per jaar voldoende is. We noemen dit een ‘ontworming op maat'. De nieuwe katteneigenaren kunnen zich door hun dierenarts hierover laten adviseren. Terug naar boven


  Voor de vaccinatie in ieder geval ontwormen. Waarom?

De negatieve invloed van een worminfectie op de gezondheid van honden en katten wordt vaak onderschat. Hoe sterk het lichaam en het immuunsysteem worden beïnvloed blijkt bijvoorbeeld uit het feit dat een spoelworminfectie niet zelden tot een verandering in het bloedbeeld leidt. Witte bloedcellen, die voor de afweer nodig zijn, komen dan in grotere aantallen voor. Ook leverspecifieke enzymen kunnen verhoogd zijn. Daarom is het belangrijk dat honden en katten op het moment dat ze gevaccineerd worden geen acute worminfectie hebben. De noodzakelijke immuunrespons op de enting kan dan niet optimaal verlopen en de enting kan daarom minder effectief zijn.
Wat kan de eigenaar precies doen om dit te voorkomen? De mogelijkheid bestaat om enkele dagen voor de enting een ontlastingsmonster te laten onderzoeken of het dier minstens 14 dagen en maximaal 4 weken voor de vaccinatie te ontwormen.
De ESCCAP raadt dierenartsenpraktijken daarom aan om huisdiereigenaren al bij de entingsoproep te attenderen op het ontwormen van hun huisdier.
Terug naar boven


  Teken en vlooienbescherming ook in de winter en herfst

De ESCCAP adviseert om bepaalde groepen honden en katten ook in de herfst en wintermaanden door behandeling te beschermen tegen vlooien en teken. Centraal verwarmde ruimtes vormen een optimale omgeving voor de vlo en daarom kunnen ze hier onafhankelijk van het buitenklimaat het hele jaar door aanwezig zijn. Ook de teek Dermacentor reticulatus is in Nederland bij gunstige weersomstandigheden van februari tot december actief. Voor de teek Ixodes ricinus (schapenteek) loopt het seizoen van maart tot juni en van september tot november.
Ons advies is daarom:
o Honden en katten met een gemiddeld infectierisico (bijvoorbeeld buiten komen en contact met soortgenoten): het hele jaar door tegen vlooien te beschermen en tijdens het tekenseizoen ook tegen teken te behandelen.

o Honden en katten die in gebieden leven of reizen waar teken zijn die infecties bij zich kunnen hebben (bijvoorbeeld borreliose of babesiose): het hele jaar door tegen teken te beschermen.

o Dieren met een groter infectierisico, bijvoorbeeld in een kennel, een asiel of een dierenpension: aanvullend te beschermen door ook parasieteneieren en -larven in de omgeving te bestrijden. Terug naar boven

 

  Wat is het verband tussen vlooien en een lintworminfectie?

Het bijzondere aan lintwormen is dat honden en katten zich daarmee niet infecteren door de opname van wormeieren die andere dieren met de ontlasting uitscheiden. De infectie verloopt namelijk altijd via een zogenaamde tussengastheer. Zo kunnen honden en katten zich bijvoorbeeld infecteren met bepaalde lintwormen als ze besmette prooidieren, zoals muizen of konijnen, vangen en opeten.
Er is ook een lintworm, Dipylidium caninum, die de vlo als tussengastheer heeft. Als een dier vlooien heeft of deze opneemt, bijvoorbeeld door het likken of bijten van een jeukend huidgebied, dan kan het dier zich met Dipylidium caninum infecteren. We kunnen dan soms de lintwormsegmentjes die uit de darm komen als ‘maden' of ‘rijstkorrels' onder de staart en rond de anus zien.
Daarom is het belangrijk om zorgvuldig infecties met vlooien bij honden en katten te voorkomen door ze regelmatig preventief te behandelen. Wanneer het dier toch geïnfecteerd raakt, behandel dan niet alleen tegen vlooien maar ook tegen lintwormen. Terug naar boven


  Ontlasting eten - verhoogd risico op een worminfectie?!

Wat moet je doen als een hond of een kat graag de ontlasting van andere dieren opeet (dit noemen we coprofagie)? Besmetten ze zichzelf dan met wormeieren?
Het volgende kan hierover gezegd worden. Wanneer een hond of een kat de ontlasting van één van haar soortgenoten opeet, dan is de kans dat ze zich met wormen besmet aanwezig. Hoewel veel parasietenstadia in verse ontlasting nog niet infectieus zijn, is de versheid van de ontlasting niet altijd goed te beoordelen. Daarom moeten we van het ongunstigste geval uitgaan. Probeer het opeten van de ontlasting daarom te verbieden. Als dit niet mogelijk is, dan is een maandelijkse ontworming te adviseren.
Vaak eten honden en katten echter niet de ontlasting van soortgenoten op, maar die van andere dieren zoals konijnen, schapen, paarden of koeien. Omdat de wormen van deze diersoorten voor de hond en de kat niet infectieus zijn, betekent dit geen verhoogd risico op een worminfectie. Wel moeten we er aan denken dat honden en katten die vrij, mogelijk zelfs zonder toezicht, rondlopen, en daarmee de mogelijkheid hebben de ontlasting van andere dieren op te eten, doorgaans een hoger risico op worminfecties lopen. Een regelmatige ontworming of ontlastingsonderzoek is daarom ook bij deze dieren zeker nodig.



Worminfectie verzwakt de afweer?

De negatieve invloed van een worminfectie op de gezondheid van hond en kat wordt vaak onderschat. Hoe sterk het lichaam en het immuunsysteem wordt beïnvloed blijkt bijvoorbeeld uit het feit dat een spoelworminfectie niet zelden tot een verandering in het bloedbeeld leidt. Witte bloedcellen, die voor de afweer nodig zijn, komen dan in grotere aantallen voor. Ook leverspecifieke enzymen kunnen verhoogd zijn.
Ondanks deze kennis wordt aan wormbestrijding vaak weinig aandacht besteed, terwijl een effectieve wormbestrijding bij hond en kat makkelijk te doen is. Terug naar boven
















Disclaimer: Wij hebben uiterste zorg en aandacht besteed aan de juistheid van de informatie in de Richtlijnen. Deze informatie is gebaseerd op de kennis en ervaring van de auteurs. Auteurs en uitgever kunnen echter geen verantwoording nemen voor gevolgen door een verkeerde interpretatie van de verstrekte informatie noch kunnen hieraan rechten worden ontleend. ESCCAP benadrukt dat nationale, regionale en lokale regelgeving altijd eerst in acht moet worden genomen alvorens adviezen van de ESCCAP op te volgen.